vrijdag 29 juni 2012

Calama - Iquique

Voordat we vanuit Calama richting het ultratoeristische San Pedro de Atacama fietsen, gaan we eerst mee met een rondleiding door de Chuquicamata mijn. Dit is de op één na grootste ´open pit´ (niet onder de grond) mijn ter wereld en dat is te zien! De krater is 5 km lang, 3 km breed en bijna 1 km diep! Er rijden gigantische vrachtwagens, die er in 24 uur 3900 liter dieselolie doorheen jagen. Volgeladen rijden ze niet echt hard; ze doen er 2 uur over om van beneden naar boven te komen!



Na de rondleiding stappen we meteen op de fiets. We zetten onze tent op in de woestijn. De volgende dag klimmen we van 2300 naar 3300 meter. De afdaling naar San Pedro de Atacama (2400 m) gaat een stuk sneller! We twijfelen nog even over de omweg door de Valle de la Luna, ´de maanvallei´, en doen het gewoon! We volgen een hele aparte sneeuwwitte zoutweg omhoog en fietsen door de onaardse vallei. Samen met 100 tour-toeristen bekijken we de zonsondergang. Het is wel weer heel mooi!


San Pedro is zoals gezegd toeristisch, maar ziet er wel leuk uit; met zandwegen en simpele huisjes. Als iemand aan ons vraagt of we mee willen gaan sandboarden lijkt ons dat wel cool! En dat is het ook!

De volgende dag gaan we fietsend op weg naar de grootste zoutvlakte in Chili; Salar de Atacama. Op deze zoutvlakte leven flamingo´s (Laguna Chaxa). In dit nationale park mogen we eigenlijk niet kamperen, maar de baliedame vindt het toch goed; op de parkeerplaats. ´s Ochtends gaan we bij zonsopgang half bevroren nog even naar de flamingos kijken. Het wordt pas om een uur of 10 warm. De parkbaas is er nu ook en de baliedames maken ons zenuwachtig duidelijk dat hij het níet leuk vind als hij er achterkomt dat we hier geslapen hebben. We fietsen maar snel weg, gheghe. Op de terugweg naar San Pedro fietsen we naar een meertje waar in gezwommen mag worden (Laguna Cejar). Het water is superzout waardoor je er heel goed in drijft! Grappig!



Terug in San Pedro hebben we nog een dag nodig om de komende weken te plannen; het wordt lastiger om aan voedsel en water te komen. We vertrekken met 22 liter water omhoog naar de El Tatio geisers. Die liggen 90 kilometer verderop en op 4300 meter hoogte. Hopelijk kost dit ons maar twee dagen. Na één dag fietsen hebben we er 30 kilometer op zitten. De volgende dag stopt er een pick-up om te vragen of we mee willen (al de tweede). Het fietsen gaat vanwege de hoogte en de steile weg best moeizaam; we gaan dus maar mee. In de auto wordt duidelijk dat we dit nooit in 2 dagen gehaald zouden hebben. De weg is wel mooi. Aangekomen bij de geisers zetten we ons tentje op. De geisers zijn overdag mooi, maar niet erg indrukwekkend; daarvoor moeten we er morgenochtend zijn als het koud is en er meer stoom te zien is. ´s Middags liggen we voor pampus in een warm thermaal bad.


De volgende ochtend komen we om half 7 als eskimos uit de tent; het is hier koud! Samen met een paar honderd andere toeristen die in busjes om 4 uur uit San Pedro zijn weggereden, zien we de geisers nog een keer. Mét stoom, maar een stuk minder bijzonder omdat er zoveel mensen zijn. Waar wij gisteren het warme bad nog voor onszelf hadden, zit het nu helemaal vol, gheghe.
Na een havermoutontbijt gaan we weer op weg naar beneden; naar het westen (Chiu-Chiu). Maar dat gaat niet zomaar. Het fietsen op een slechte weg is normaliter al zwaar, maar op deze hoogte is de zuurstofspanning in je bloed lager dan op zeeniveau. Je bent hierdoor zo buiten adem en hebt weinig energie. Tot onze schrik gaat de weg nog een stuk omhoog. Ook is de weg hier geen weg, maar een zandbak. We doen er een paar uur over om de fietsen over de pas te duwen. Niet erg leuk. Daarna wordt de weg goed en de omgeving verrassend mooi. Er groeien plantjes en er lopen vicuñas. Én, de weg gaat gedurende 80 kilometer naar beneden! Stukken beter!

Om in Bolivia te komen moeten we de Andes doorkruisen. Jammer is dat we nu nog een keer omhoog moeten fietsen (naar 3700m hoogte). Gelukkig hebben we eens wind mee en is de weg goed. We kamperen mooi beschut naast een spoorrails in een opgedroogt meertje.

´s Ochtends worden we wakker doordat er 3 aaneengeschakelde locomotieven met zo'n 100 wagons op 10 meter van ons bedje voorbij komen rijden. We weten niet wat ons overkomt; een goede wekker! Vandaag klimmen we nog een stukje voordat we weer op een zoutvlakte belanden. Zout betekent dat de wegen goed zijn, maar deze keer niet! Er zitten veel ribbels in de weg en we hebben de wind tegen. Eigenlijk willen we nog iets verder fietsen, maar door de wind stoppen we toch bij wat we denken dat een mijndorp is, om wat beschutting te hebben voor de tent. Iemand stuurt ons naar de ´jefe´, de baas, iets verderop. We blijken terecht te zijn gekomen op een legerbasis. Door de militairen worden mijnen geruimd die hier zijn neergelegd tijdens de verschillende grensconflicten een aantal decennia geleden. Toeristen zijn hier ongewoon, waar wij blij om zijn: we worden meteen aan tafel gezet, krijgen eten en koffie, kunnen douchen en krijgen twee bedden in de slaapzaal! Zoveel luxe hadden we niet verwacht; er is zelfs een algemene ruimte met tv, tafelvoetbal en wifi. Prima!

Na een goede nacht krijgen we voordat we gaan nog een halve supermarkt aan broodjes, koekjes, yoghurt en fruit mee. Naar onze ´no gracias´ wordt niet geluisterd! Na nog geslapen te hebben in een dorpje van niks (Ollagüe), waar de kwaliteit van de internetverbinding afhangt van de windsnelheid, zijn we in Bolivia! De wegen moeten nu ontzettend slecht worden volgens de verhalen. Wij vinden ze prima. Over nog een zoutvlakte fietsen we verder, waarbij het enige probleem is dat je om de paar kilometer een weg moet kiezen (uiteraard zonder borden). Het is echt bijzonder om hier te fietsen. Er komt soms een 4x4 voorbij met toeristen die ons op de foto zetten of met mensen die vragen of ´todo bien´ is. Onze eerste nacht in Bolivia brengen we door in een klein dorpje (San Juan). We vragen ons af of het in de herberg überhaupt warmer is dan buiten, het kan in ieder geval nooit véél warmer zijn; ijskoud!


Nu maken we kennis met de echte Boliviaanse wegen; geen plat stukje te vinden en veel los zand. Na een tijdje komt de spierwitte Salar de Uyuni in zicht. We blijven er nog een tijd langs fietsen, of stuiteren, en we slapen, vlak voor de weg de salar opgaat, in een hotel van zout. De muren zijn van zout en op de grond ligge losse zoutkristallen.

De Salar de Uyuni (de op één na grootste zoutvlakte ter wereld) is heel bijzonder. Als het wit van de salar niet meteen overgaat in het blauw van de lucht, zie je vulkanen. Het lijkt alsof we over sneeuw fietsen. Een klein nadeeltje is dat de salar niet vlak is: keiharde opgedroogde zoutbergjes maken het verschrikkelijk oncomfortabel fietsen. Daarnaast zijn we helemaal ingepakt: pet op, buff om als een hoofddoek en zonnebril op. Niet omdat het koud is, maar als bescherming tegen de zon. Die is hier supersterk. Zonder zonnebril kun je moeilijk zien omdat alles zo wit en fel is. We komen niemand tegen totdat we bij een eiland in het midden zijn, want daar verzamelen zich alle 4x4's met toeristen. Wij slapen er als enige. De volgende dag wordt de zoutvlakte nóg erger. Na een dag fietsen hebben we letterlijk pijn aan onze ingewanden, omdat we zo hard door elkaar geschut zijn! Je kunt er wel leuke foto´s maken:


We moeten nog minstens twee dagen over een andere zoutvlakte (Salar de Coipasa) door Bolivia fietsen, voordat we weer in Chili zijn (lees: ´goede´ wegen hebben). De dagen zijn zwaar, maar mooi! We moeten een paar keer duwen door het losse zand en zijn constant op zoek naar het 'beste' paadje. Voordat we bij de grens zijn, komen we nog een rivier tegen, maar geen brug. Schoenen uit, broek omhoog en waden! Koud! Er ligt nog ijs aan de kant.


In Chili blijven we een dagje in een dorp van niks (Colchane), om een beetje bij te komen van Bolivia. Hierna is het plan dat we nog 4 dagen fietsen door de Chileense hoogvlakte; de Altiplano. Daarvoor moeten we wel nóg een stukje omhoog, naar 4300 meter. Daar doen we een dag over. Het begint goed, maar al snel moeten we weer een stuk duwen wat niet echt een succes is zonder zuurstof. Als we gaan kamperen komen onze slaapzakken goed van pas; ´s ochtends staat er ijs op de binnentent door onze adem! Goed ingepakt gaan we weer verder, maar het wordt er niet beter op. Als er een auto langskomt vragen we dus of we mee mogen, dat mag! We kunnen nu een stuk meer genieten van de mooie uitzichten en rijden met Urs uit Zwitserland helemaal mee door de hoogvlakte en terug naar de oceaan, naar Arica!

Na een paar weken op de hoogvlakte is het fijn om weer warme nachten te hebben. Nu hoeven we niet meer écht te gaan fietsen; Iquique, onze eindbestemming, ligt weliswaar nog 300 kilometer verderop, maar de weg gaat door de woestijn. En dat hebben we wel genoeg gezien! We gaan eerst maar ´s lekker relaxen op het strand en nog een beetje rondkijken in de stad. In de Azapa-vallei nemen we een kijkje bij mummie´s die ouder zijn dan de egyptische mummie´s (niet omdat ze zo goed konden mummificeren, maar omdat het hier zo droog is dat er weinig voor nodig is om iets zo lang te bewaren). Naar Iquique gaan we liften. We zijn blij dat we dit niet zijn gaan fietsen; vooral zand en stenen, maar belangrijker: twee hele lange en diepe kloven (30 km naar beneden, 30 km omhoog!) waar ons vrachtwagentje ook maar met 25 km per uur omhoog kachelt.

Een stukje van de route af ligt de Gigante de Atacama, een mannetje op een berg getekend door de bewoners een jaar of 1000 geleden. We stappen uit en fietsen erheen, het is al laat, dus zetten we ons tentje maar op onder de geoglief (linksboven de tent op de foto).


De volgende dag gaan we op weg naar Iquique, de eindbestemming! Onderweg komen we nog langs een supercool verlaten mijndorp (Santa Humberstone). We vermaken ons er een paar uur en dalen daarna af tot op zeeniveau.

Het laatste weekje Iquique is leuk, we bereiden de vlucht een beetje voor (fietsen inpakken), maar zijn vooral aan het relaxen. Je kunt hier vanalles doen, bijvoorbeeld surfen! Antoon neemt een les, die redelijk goed gaat, en de volgende dag huurt hij een board, wat dan weer minder succesvol is. Maar wat gaaf!


We hadden al eerder het idee om hier ook te gaan paragliden! Iquique is namelijk een van de betere plekken op de wereld voor een tandemvlucht, vanwege de hoge bergen die vlak langs de kust liggen. Supergaaf! Helemaal niet eng, maar, vanwege het vele draaien, wel een beetje misselijkmakend.


Morgen gaan we onze spulletjes nog even inpakken en dan op naar Nederland! We weten ondertussen niet meer hoe regen voelt, dus dat wordt zeker wennen ;) We maken nog een tussenstopje in Santiago waar we hopelijk van het vliegveld af kunnen om nog even langs Paula en Ricardo te gaan en daar te logeren. Onze vluchtdetails staan onder het kopje ´reis´, voor de geïnteresseerden. 


In Chili hebben we een aantal geweldige maanden beleefd. Vanuit de zuidelijkst gelegen stad ter wereld zijn we, via het uiterste noorden van Chili, nu beland in Iquique. Onze totale reisafstand bedraagt bijna 10.000 kilometer, waarvan we met de fiets iets meer dan 6100 kilometer hebben afgelegd. Alleen hierop zijn we al best trots! Het mooiste én het minst mooie van deze reis was het contact met de natuur. Het is super om over de pampa te fietsen, maar de extreme wind die daarbij hoort is verschrikkelijk (traumatiserend). Fietsen door de jungle is heel bijzonder, maar de regen maakt het nét iets minder leuk. Fietsen dichtbij de natuur betekent vaak fietsen op een slechte onverharde weg. Dit is soms frustrerend, zeker als die weg ook nog eens omhoog gaat én het daarbij waait of regent. We hebben in Chili sterrenhemels gezien zoals je die nergens in Europa kunt zien; we hebben dagen gefietst zonder andere mensen tegen te komen; we sliepen een aantal keer midden in de woestijn; we hebben prachtige wandelingen gemaakt... Op de fiets ben je ook dichterbij de mensen. We zijn door de Chilenen ontzettend fanatiek aangemoedigd. Dat leverde bij ons vaak een lach op. De Chilenen zijn erg gastvrij gebleken; we werden uitgenodigd in pick-ups, vrachtauto´s en bij mensen thuis en we hebben bij de carabineros en bij het leger geslapen. 
Chili is het rijkste land van Zuid Amerika en is erg op Europa-georiënteerd. De motor van de economie is de mijnbouw. Met koper wordt hier een heleboel geld verdiend. Ook de bosbouw en het toerisme doen het goed. De meeste bedrijven die in Chili opereren zijn echter niet Chileens, maar Amerikaans of Europees. Chili mist hierdoor een hoop van de opbrengst, maar verdient nog steeds een heleboel vanwege de vele banen en de hoge belastinginkomsten. Het land is overwegend modern; als je hier geld hebt kun je alles kopen wat in Nederland te koop is. Een aanzienlijk deel van de bevolking is echter niet zo welvarend. Volgens de wél welvarenden hebben zij dit voor een deel aan zichzelf te wijten. Chilenen vinden veel landgenoten lui. Vooral de Mapuche-bevolking zou lui zijn. Wat op straat opvalt, is het behoorlijke aantal tienerouders. Qua liefde en sex is men hier nog niet zo bij de tijd; er wordt jong getrouwd en de eerste kinderen komen soms al als de ouders zelf pas 14 jaar oud zijn. Bij groepjes jongeren zie je dan ook altijd wel baby´s of peuters. Wat we niet verwachtten, is dat de winkels op zondag open zijn. Dat is, zeker voor reizigers, echt ideaal! We kunnen nog een heleboel meer over Chili en over onze ervaringen vertellen, maar dat doen we wel in real life! Chili is een ideaal reisland, of je nu op de fiets, op de motor, met je eigen auto, of met de bus gaat, je zult een supertijd hebben, met een heleboel variatie. 

Bedankt voor jullie belangstelling en reacties en tot binnenkort!

Groetjes van Antoon en Mélanie

Ps. Oja! De foto´s: http://www.flickr.com/photos/73414255@N05/sets/72157630334385494/